Wivaro's Bird Site

reageren

Reageren op een artikel? Dat kan, via het contactformulier.

Zelf een artikel schrijven en hier posten? Neem contact via het contactformulier.

Dood in het ei in de Border kweek, een alternatieve kijk.

Over dood in het ei is reeds veel geschreven, maar tot op vandaag lijkt het erop dat er nog nooit een echte reden voor gevonden is.

Als we kijken wat tot op heden weten dan spelen een aantal factoren een rol:

-        Vochtigheid: te hoog of te laag. Is de vochtigheid te hoog dan verdrinkt het embryo, is ze te laag dan droogt het uit.

-        Misvormingen: meestal genetisch bepaald, maar soms ook door vitamine of mineraal tekorten. De meeste genetische afwijkingen geven geen dood in het ei omdat deze meestal aanleiding geven tot een vroegtijdig afsterven van het embryo.

-        Malposities: normaal bek onder rechtervleugel net voor het kippen. Sommigen beweren dat we een te grote vogel gekweekt hebben in de loop der tijd waardoor het embryo zich niet juist kan positioneren net voor het kippen.

-        Voedingstekorten: vitamine of mineraal tekort.

-        Infecties: zoals beschreven door de Engelse collega’s de aanwezigheid van E. Coli, maar ook door anderen beschreven veroorzaakt door Klebsiella Pneumoniae (1). Deze auteur beschreef een dergelijke infectie, maar deze ging ook gepaard met een hoge sterfte in de eerste levensdagen. Bij de door ons vastgestelde dood in het ei was er geen associatie met deze hoge sterfte en kan deze reden dus ook allicht niet het fenomeen verklaren.

-        Gebrek aan anti oxidanten zoals vit. E, selenium, carotenoïden (2).

Niettegenstaande wij alles goed trachten te doen, goede vochtigheid, goede voeding, correcte vitamines en mineralen in de voeding, valt het toch op dat borders veel meer geconfronteerd worden met het fenomeen “dood in het ei” ten opzichte van andere rassen. Waarom komt dit meer voor dan bv. bij fifes of kleurkanaries? Er moeten verschillen zijn tussen deze rassen welke een verklaren bieden voor dit fenomeen.

In dit artikel zal ik trachten een aantal verschillen toe te lichten. Ik zal trachten dit te doen in mensentaal zodat iedereen het begrijpt. De illustraties en tabellen zijn wel in het Engels, maar dat komt omdat de geraadpleegde literatuur ook enkel in het Engels beschikbaar is.

Grote vogels leggen grote eieren, logisch, maar ten opzichte van hun lichaamsgewicht leggen grote vogels kleinere eieren dan kleinere vogels. Om het gewicht van een struisvogel te evenaren heb je 60 van zijn eieren nodig, bij een kolibrie is dat slecht negen (3).

Als we deze stelling voor waar nemen dan leggen fifes grotere eieren dan borders, in vergelijking met hun lichaamsgewicht. De eieren van borders zijn dan wel groter, maar ten opzichte van hun gewicht zijn ze kleiner.

Eenzelfde fenomeen ziet men in de kippenwereld. Eieren van vleeskippen wegen 10 gram meer dan deze van legkippen, maar na correctie voor lichaamsgewicht zijn ze in feite kleiner (4). Dus de eieren van legkippen zijn ten opzichte van hun gewicht groter.

In feite kunnen we stellen dat het embryo van een fife zich kan ontwikkelen in een groter ei dan dat van een border.

Om wat volgt te begrijpen moeten we een aantal zaken toelichten in verband met de energie huishouding in het zich ontwikkelende ei.

Bij de start van de broedtijd is de zuurstoftoevoer naar het ei heel laag, omdat het chorioallantois membraan zich nog niet ontwikkeld heeft. De enige energiebron op dat ogenblik is suiker, hetgeen door de pop opgeslagen is in het ei bij het leggen. Maar een ei bevat maar 3% suiker, dus deze energiebron is maar goed voor de eerste dagen.

Na een paar dagen schakelt het ei over naar vetverbranding, hetgeen ook de belangrijkste energiebron is gedurende de grootste periode van de broedtijd. Op dit ogenblijk is de chorioallantois membraan goed ontwikkeld en samen met de poriën in de eischaal heeft het embryo een perfecte bron van zuurstof. Deze zuurstof is noodzakelijk voor de vetverbranding! Op dit ogenblik zijn we dan ook verplicht maximaal zuurstof te verstrekken aan onze vogels. Enerzijds door ramen open te zetten, anderzijds door gebruik te maken van de juiste nestpotjes. Niet deze van plastic, maar als het kan de draad versies of deze die door Phil Warne werden ontworpen. Deze geven langs onderaan een veel betere verluchting en aanvoer van de broodnodige zuurstof.

Ook dit werd vastgesteld bij kippen. Het zuurstof verbruik van vleeskippen in het ei is groter dan dat van legkippen (5,16,17).

Er werd ook vastgesteld dat de eischaal van vleeskippen dunner is dan deze van legkippen, wat logisch is omdat ze via de poriën meer zuurstof kunnen aanvoeren.

Border kwekers krijgen dikwijls het advies om meer calcium te verstrekken maar net daardoor zal de eischaal nog verdikken en zal de zuurstof het embryo niet zo goed kunnen bereiken. Ik denk dat wat betreft de “dunne eischalen” problematiek er misschien een oorzaak kan gevonden worden in een relatief tekort aan mangaan, hetgeen een heel belangrijke rol speelt bij de opbouw van de eischalen. Ook vleeskippen hebben een hogere behoefte aan mangaan. Komt daarbij dan nog dat indien we extra calcium geven de opname van mangaan daalt! Dus zelfs met een correct mangaan gehalte in de voeding, maar een grotere behoefte bij grotere rassen en een verminderde opname door calcium zou mangaan weleens een belangrijkere rol kunnen spelen dan tot op vandaag gedacht werd. Trouwens, als we de kenmerken van een tekort aan mangaan opzoeken komen we terecht bij: verminderde vruchtbaarheid, minder eieren leggen, meer dood in het ei en de gekende “slipped claw” (8).

Op het einde van de broedtijd voldoet de aangevoerde zuurstof via de chorioallantois membraan niet meer om de vetverbranding op peil te houden en switcht het embryo terug naar de verbranding van suikers. Deze suikers (glycogeen) worden in het ei zelf door het embryo aangemaakt uitgaande van aminozuren en glycerol, hetgeen een afbraakproduct is van de vetverbranding.(13)

Dus op het einde van de incubatie moet het embryo ervoor zorgen dat de opslagplaatsen van glycogeen (lever en spieren) propvol zitten. Zonder deze energie uit deze suikers is het embryo niet in staat om te kippen. Dus zonder suiker kan het jong niet uit het ei komen!! (14,18)

Als we bovenstaande afbeelding projecteren op een kanarie ei dan zien we dat:

Dag 1 tot dag 3: energie komt van suikers welke de pop in het ei heeft meegegeven

Dag 4 tot dag 11: energie komt uit vetverbranding. Zuurstof maximaal noodzakelijk!!

Dag 12 tot kippen: energie komt terug uit suikers, opgeslagen in lever en spieren, maar welke aangemaakt zijn in het ei door het embryo zelf. Deze suikers zijn de enige energiebron voor het kippen!!!

De triggers voor het kippen van een ei zijn het dalen van het zuurstofgehalte, het oplopen van de CO2 concentratie en, verwonderlijk, een piek in het ei van het schildklierhormoon. Deze twee factoren triggeren het kippen met suikers als enige energiebron.

Als we onze gevallen van dood in het ei goed bestuderen dan zien we dat er meestal geen misvormingen of malposities zijn, maar dat in alle gevallen het jong de binnenste eischaal vlies niet doorprikt heeft, dit in alle gevallen. Dus het jong sterft af net voor het aanpikken van dit binnenste vlies.

Het kan dus juist zijn dat het te kippen jong sterft net voor het kippen door een tekort aan brandstof. De reden hiervan kan dus zijn dat de opslagplaatsen voor deze suikers leeg zijn en het jong dus geen energie ter beschikking heeft om te kippen.

Indien we deze stelling zouden onderschrijven dan moet er ergens iets verkeerd gaan met de aanmaak van deze suikers.

Als we teruggaan naar de kippen zien we dat vleeskippen een veel hoger metabolisme hebben in het ei, hetgeen logisch is omdat een groter embryo nu eenmaal meer energie verbruikt.

Zou het kunnen zijn dat een groter embryo meer energie verbruikt tijden de broedtijd en op het einde zonder de benodigde energie valt om de broodnodige suikers voor het kippen aan te maken? Als het ware: dood door energie deficit?

Ook bij vleeskippen werd er vastgesteld dat de suiker reserves op het einde van het broeden minder suikers bevatten dan legkippen. De reden hiervoor is niet gekend, maar er werd verondersteld dat legkippen minder suikers verbruiken uit deze reserves net omdat deze meer en langer hun energie kunnen halen uit een betere vetverbranding.(9)

Zoals we reeds gesteld hebben worden deze suikers aangemaakt uitgaande van glycerol (afvalproduct van vetverbranding) en aminozuren. Zou het kunnen dat, aangezien een groter embryo een grotere behoefte heeft aan aminozuren voor lichaamsbouw, er quasi geen aminozuren ter beschikking meer zijn om deze suikers aan te maken? Op deze manier zou er enkel vanuit glycerol suikers kunnen aangemaakt worden, en zou dit het limiterend element kunnen zijn bij de aanmaak van suikers (gluconeogenese). Bij vleeskippen werd ook aangetoond dat glycerol het belangrijkste substraat is voor de aanmaak van suikers op het einde van de broedtijd. (7,13)

Om een optimale vetverbranding te bekomen werden er een aantal interessante experimenten gedaan met carnitine. Carnitine heeft een structuur die lijkt op een aminozuur en wordt aangemaakt uitgaande van methionine en lysine, met de hulp van vitamines C,B3, B6, B9, B12, en ijzer.(10)

De belangrijkste functie van carnitine is het transport van vetzuren naar de binnenkant van de mitochondriën, hetgeen in feite de motor is van elke levende cel. Het heeft ook aan anti oxidans functie en speelt een belangrijke rol voor het behouden van een goed zaadkwaliteit. (10,11,12)

Een supplement van carnitine werd gegeven aan verschillende doseringen, en het meest in het oog springende resultaat was een daling van de embryonale sterfte met 50%!

Carnitine wordt in het lichaam zelf aangemaakt (75%), maar komt ook uit de voeding (25%). Aangezien onze vogels vooral zaden eten, welke arm zijn aan carnitine, bevatten eieren bijna geen carnitine, en de aanmaak zelf in het ei is ook verwaarloosbaar.

Een trial met carnitine supplementen, samen met een goede zuurstof aanvoer, zou ervoor kunnen zorgen dat de vetverbranding in het ei nog beter wordt, waardoor de suiker reserves niet dienen aangesproken te worden alvorens het kippen, waarvoor ze uiteindelijk dienen.

Bronnen van carnitine zijn bijna exclusief van dierlijke origine: vlees, vis, melk. Dus men kan zich de vraag stellen waar vogels in de natuur carnitine vandaan halen? Insecten lijken een goede bron te zijn, en misschien is dit ook zo in de natuur. Maar met onze border zijn we toch wel een eind verwijderd van de vogels in de natuur.

 

De theorie van een tekort aan brandstof nodig voor het kippen van een ei werd ook vastgesteld in het Loro Park in Tenerife, waar men dezelfde observaties deed: lege energiereserves (6). Er werd een veronderstelling gedaan dat een tekort aan biotine, vitamine B7, de oorzaak zou zijn. Biotine is inderdaad een belangrijke vitamine bij de vorming van suikers uit glycerol en aminozuren. Meer en meer studies tonen aan dat glycerol wel degelijk het belangrijkste substraat is voor de vorming van suikers (7), gluconeogenese dus.

Ik besprak reeds de rol van mangaan in de eischaal vorming, maar ook in de aanmaak van suikers heeft het een heel belangrijke rol. Ook in de aanmaak van schilklier hormoon speelt het een rol, en er lijkt een verband te bestaan met een te traag werkende schildklier. Te traag werkende schildklieren werden ook vastgesteld bij onderzoek van dood in het ei eieren. Schildklierhormoon is belangrijk als trigger voor het kippen (5) en ook speelt het een rol in de vorming van suikers.

Wat kunnen we hiervan nu onthouden:

-        Optimale zuurstoftoevoer is heel belangrijk voor een optimaal metabolisme in het ei gedurende de grootste periode van het broeden.

-        Een gebrek aan energie, een energie deficiëntie op het einde van de broedperiode is waarschijnlijk dé reden van de problematiek van “dood in het ei”.

-        Vitaminetekorten werden ook al mogelijke reden aangehaald, vooral dan biotine. Belangrijkste bronnen van biotine: eieren en wortels. Dus beter gebruiken we wortels in plaats van broccoli in ons eivoer, omdat er in broccoli stoffen zitten die de werking van de schilklier vertragen.

-        Mangaan tekort, zeker een relatief tekort wegens een hogere behoefte bij grotere rassen en een verminderde opname bij het verstrekken van extra calcium, zou weleens een belangrijkere rol kunnen spelen dan tot op heden gedacht. Belangrijkste bron: haver. Mangaan is belangrijk voor een goed eischaal vorming, de aanmaak van suikers en een goede schildklierwerking, allemaal factoren belangrijk voor zowel een goede ontwikkeling van het embryo en een vlot kippen van een ei.

Ik hoop hiermee een aantal zaken toegelicht te hebben welke ons in de toekomst zouden moeten in staat stellen om betere broedresultaten te bekomen bij de kweek van borders.

Dr. Jan Vanderborght 

 Reageren op dit artikel kan via het contactformulier
Relevante opmerkingen zullen gepubliceerd worden

© 2019 Wivaro. All Rights Reserved. Designed By Wivaro

Prima Hotel

Uitstekend Restaurant in Neumagen-Dhron